yamahamusic

MIDIFILES versus STYLES

MIDIFILES versus STYLES

Technisch gezien zijn de verschillen tussen deze twee soorten bestanden niet zo groot. Beiden zijn immers geschreven in de taal MIDI. Het verschil zit het dan ook vooral in de toepassing waarvoor ze worden gebruikt. Strikt genomen is een STYLE een light versie van een MIDIFILE. Een STYLE bevat niet een complete songtitel maar fragmenten die we d.m.v. herhalingen en/of switchen tussen variaties kunnen gebruiken om een complete songtitel te spelen.
In de wandelgangen wordt nogal eens negatief gesproken over het gebruik van MIDIFILES. Een veel gehoorde motivatie is dan; ‘Ik ben muzikant, speel liefst alles live dus gebruik ik styles’. Is er dan sprake van enig verband tussen muzikale talenten en het gebruik van STYLES? Het antwoord daarop is nee! Is de speler in kwestie in staat om een songtitel perfect te spelen met een STYLE (intro, coupletten, breaks, fill-ins enz.), dan geeft dit aan dat de speler voldoende apparaat kennis heeft en ook in staat is om de bediening correct uit te voeren. Zet deze speler achter een ander type/merk instrument, en hij/zij zal zonder studie vooraf zijn/haar perfecte performance waarschijnlijk niet kunnen herhalen. In ‘live’ situaties speelt elke muzikant een eigen rol. Zo bepaald bijv. de drummer door het spelen van een break het moment van de overgang naar een ander deel van song, de rest van het orkest volgt. Speelt u met een STYLE, dan zal u de rol van de drummer moeten overnemen en daarbij ook nog de juiste knop op het juiste moment moeten indrukken. In de meeste gevallen wordt daarvoor de linkerhand gebruikt. De linkerhand kan hierdoor niet worden gebruikt voor het musiceren, deze wordt vooral ingezet om de specifieke eigenschappen van het instrument te bedienen.

De meeste muzikanten hebben een hekel aan knopjes en technieken die niet direct verband houden met hun spel. Een toetsenist beweegt zijn vingers liefst over witte en zwarte toetsen omdat alleen die toetsen hem de mogelijkheid bieden zijn muzikale talenten hoorbaar te maken. Met de witte en zwarte toetsen kan hij zich onderscheiden van collega toetsenisten en laten horen welke muzikale talenten hij/zij bezit.

Een goede muzikant beschikt over eigenschappen die voor het spelen met een STYLE niet nodig en soms zelfs ongewenst zijn. Muziekscholen verplichten hun studenten vaak ook combolessen te volgen zodat ze leren samenspelen, te luisteren naar collega’s en te anticiperen op datgene wat in het orkest gebeurt. Zet een drummer 4 maten te vroeg een break in en wordt hij door iedereen, behalve door de toetsenist gevolgd?
Dan zal het publiek het vermoeden hebben dat de toetsenist vanwege zijn afwijkende spel een fout heeft gemaakt. Een goede muzikant luistert, anticipeert en speelt een ondersteunende factor in het geheel en soleert waar dat van hem wordt verlangd. Speelt u met een STYLE dan zijn deze eigenschappen geen van allen van toepassing. U hoeft niet te luisteren of te anticiperen.
U bent immers zelf degene die een bepalende rol speelt als het bijv. gaat om het moment van de break door het indrukken van een knop. Of u ook beschikt over de noodzakelijke eigenschappen die typerend zijn voor een goede muzikant kan uit het spelen met een STYLE dus niet worden afgeleid. In de meeste gevallen kunnen we zelfs stellen dat uw muzikale inbreng is beperkt tot datgene wat u met uw rechterhand speelt. Uw linkerhand is vooral bezig met het bedienen en besturen van uw apparaat conform de voorwaarden die de fabrikant daaraan heeft gesteld. De wijze waarop u het apparaat moet bedienen kan immers per type/merk verschillend zijn.
Speelt u met MIDIFILES, dan bent u uw bepalende factor als het gaat om de structuur van de songtitel deels kwijt. Als u op start drukt, dan start het orkest en kunt u niet anders dan volgen wat zij spelen. U zult dus moeten luisteren en anticiperen op wat de band doet. Uw spel kunt u verdelen over twee handen en het gehele bereik van uw instrument. Uw linkerhand hoeft niets meer te ‘besturen’, geen rekening te houden met de voorwaarden die de fabrikant heeft gesteld en een volledig op muzikale talenten gerichte bijdrage leveren in het orkest dat u begeleid.

Er wordt weleens beweerd dat het spelen met STYLES, in tegenstelling tot MIDIFILES, valt onder de categorie LIVE muziek. Op basis waarvan wordt die bewering gedaan? Als daarmee wordt bedoeld dat tijdens het spelen, in vergelijking tot het gebruik van MIDIFILES, er bij het gebruik van STYLES meer en vaker knopjes moeten worden ingedrukt dan is dat correct. Als beide spelers dezelfde songtitel spelen, dan zal de speler die gebruik maakt van MIDIFILES het orkest maar 1x de opdracht geven om te starten en de afgesproken structuur te volgen. De speler met een STYLE zal dergelijke opdrachten meerdere keren moeten verstrekken vooraleer hij samen met het orkest de songtitel kan beëindigen. Vergelijk het met een gewone audio CD waarop, in willekeurige volgorde,
fragmenten staan die samen 1 songtitel vormen. Wilt u de hele CD achter elkaar in de juiste volgorde afspelen, dan zal u eerst een studie van de volgorde op de CD moeten maken en dan tijdens het afspelen steeds op het juiste moment de SKIP button moeten gebruiken zodat u kunt springen naar het juiste fragment. De speler die gebruik maakt van een MIDIFILE heeft een handigere manier gevonden, een knop PLAY ALL waarbij het apparaat zonder onderbreking de hele CD in de juiste volgorde afspeelt.
Het LIVE aspect dat u als speler en uw toehoorders ervaren bij het beluisteren wordt bepaald door de techniek die u tijdens uw spel gebruikt. Gebruikt u een STYLE, dan is het technisch onmogelijk dat u ‘meer’ LIVE klinkt dan wanneer u een MIDIFILE gebruikt. Dit heeft alles te maken met de technische beperkingen die STYLES in zich hebben.

Een style is wat opbouw betreft, identiek aan een MIDIFILE maar kent t.o.v. MIDIFILES een aantal beperkingen zoals bijv;

• het aantal tracks dat voor de begeleiding kan worden gebruikt.
Een STYLE bestaat uit maximaal 2x drumtrack, 1x bass, 2x ritmische phrases (bijv. gitaar), 1x pad track voor aanhoudende akkoorden en 2x Phrase tracks voor arpeggio’s van monofone klanken zoals bijv. trompet of fluit. Het orkest dat u d.m.v. een STYLE kan begeleiden bestaat dus maximaal uit 8 verschillende instrumenten/tracks. In een MIDIFILE worden voor orkestrale begeleidingen doorgaans 13 of 14 verschillende instrumenten/tracks gebruikt;

• maximaal 4 variaties (A,B,C en D) per gespeelde songtitel.
In de meeste gevallen zal dit ruimschoots voldoende zijn zodat het aantal beschikbare variaties niet altijd een beperking inhoudt. MIDIFILES kennen geen enkele beperking op dit gebied;

• problemen bij het spelen van complexe akkoordprogressies.
Voor het spelen van complexe progressies kan het noodzakelijk zijn uw instellingen aan te passen m.b.t. de wijze waarop akkoorden worden herkend. In sommige gevallen is het zelfs onmogelijk de juiste akkoorden te spelen als verschillende SCALES in 1 songtitel worden gebruikt.

• het verplicht toepassen van quantiseren.
Kwalitatief goede MIDIFILES worden ‘LIVE’ ingespeeld, iets wat met STYLES niet mogelijk is. Een STYLE is een MIDIFILE waarbij bijv. de sectie MAIN A bestaat uit 4 maten. U start de STYLE en deze 4 maten worden steeds herhaald totdat u een andere variatie of bijv. ending kiest. Alle noten die de STYLE vormgeven moeten dus in deze 4 maten zijn geplaatst. Sterker nog, u moet op elk gewenst moment een andere variatie of bijv. een fill-in kunnen kiezen zonder dat er noten hoorbaar wegvallen. Dit betekent in technische zin dat alle noten een technisch verantwoorde plaats moeten krijgen (1/1, 1/2, 1/4, 1/8, 1/16 of 1/32) en in geen geval vóór de tel mogen worden gespeeld. Het op een technisch verantwoorde plaats zetten noemt men quantiseren. Binnen een STYLE zijn alle noten in elke sectie keurig in hokjes geplaatst en vanwege het herhalen van deze blokjes wordt een ‘computergestuurd’ effect gecreëerd. Dit hoorbare computergestuurd en gequantiseerd effect staat haaks op datgene wat de ‘LIVE’ muzikant wil bereiken. Professionele producenten spelen hun MIDIFILES live in en plaatsen de gespeelde noten niet in hokjes zodat het LIVE effect behouden blijft tijdens het afspelen van de MIDIFILE.

Fabrikanten onderkennen deze tekortkomingen en zijn op de achtergrond druk bezig hun STYLE sectie moderniseren en realistischer te maken. Denk dan bijv. aan de zogenaamde real drums en real styles. Grote successen zijn daarin nog niet geboekt. Het blijft lastig om de menselijke eigenschappen in computertechnologie te vertalen. Muzikanten gebruiken liefst geen STYLES omdat ze daarmee technisch afhankelijk zijn van de eisen die de bediening van het instrument daaraan stelt. Zij gaan liever met hun kameraden het podium op, muzikanten die net als hijzelf, hun tracks live hebben ingespeeld zoals in goede MIDIFILES het geval is. Een MIDIFILE is technisch identiek aan bijv. een MP3 opname die u zelf zou maken van een melodie die u met uw rechterhand speelt. U probeert een sfeer over te brengen met de wijze waarop u speelt. U zou het niet fijn vinden als na uw spel de noten in hokjes worden geplaatst en de door u gecreëerde emotie daardoor uit uw muziek wordt verwijderd.

Probeert u zelf maar eens mee te spelen met een MIDIFILE, probeer alle technische aspecten die daarbij mogelijk zijn eens uit en u zult ervaren dat ook met spelen met MIDIFILES veel voldoening kan geven. Heeft u minder belang bij de muzikale aspecten van het bespelen van een instrument en vindt u het leuk en uitdagend om in technische zin alles uit uw instrument te halen waarbij de nadruk ligt op het technisch en adequaat correct kunnen bedienen van uw instrument, dan biedt het spelen met STYLES u voldoende uitdaging om uw doelstelling te halen. Het allerbelangrijkste is dat uzelf plezier beleeft aan de wijze waarop u gebruikt maakt van uw instrument en dat u dit nog veel jaren zult blijven ervaren!